Elk land binnen de Europese Unie heeft deze richtlijn vertaald naar specifieke regels

Elk land binnen de Europese Unie heeft deze richtlijn vertaald naar specifieke regels (of zou dat gedaan moeten hebben). België heeft de regels gegoten in een document dat “Nationaal programma voor het beheer van verbruikte splijtstoffen en radioactief afval” genoemd wordt. In dit document staat vermeld welke instellingen er verantwoordelijk zijn voor het beheer van het radioactief afval en ook op welke manier er met deze gevaarlijke stoffen omgegaan moet worden om de veiligheid van de bevolking te garanderen.

Deze regels die bestaan voor het gebruik en de opslag van radioactief materiaal zijn zeer strikt en worden vaak gecontroleerd. Voor de berging van radioactief afval gaat men het radioactief afval onderverdelen in 3 categorieën, namelijk: A, B en C.
Naargelang tot welke categorie het afval behoort, zal het op een andere manier verwerkt en opgeslagen moeten worden. Tot welke categorie het afval behoort, hangt af van het activiteitsniveau (het aantal nucleaire desintegraties per tijdseenheid (hoe vaak de stof vervalt)), de aard van de stralingen die uitgezonden worden en besmettingsniveau.
Radioactief afval dat tot categorie A behoort is afval met een lage of middelmatige activiteit. Het afval is ook kortlevend; dit betekent een halveringstijd van 30 jaar of minder.
Tot dit afval behoren: filters, kleding en handschoenen, verpakkingen, papier, naalden van spuiten, enz..) die in contact zijn gekomen met radioactieve stoffen.
Deze categorie bevat al de materialen die besmet zijn geraakt met een of meerdere radioactieve elementen met een lange halveringstijd.
Dit afval is meestal afkomstig uit al de installaties die brandstof produceren voor kerncentrales en ook uit de opwerkingsfabrieken voor radioactief bestraalde brandstof. En er zal ook steeds meer en meer afval bijkomen dat afkomstig is uit de ontmanteling van oude kerncentrales.
Dit is de laatste en meest gevaarlijke categorie. Deze bevat namelijk het hoogradioactief en langlevend radioactief afval. Het is zo actief dat het warmte afgeeft. Dit afval is uiterst gevaarlijk voor de mens en zal dus het veiligst opgeborgen moeten worden.
Dit afval bestaat hoofdzakelijk uit de verbruikte kernbrandstoffen of de uit de afvalstoffen die geproduceerd worden bij de opwerking van de verbruikte kernbrandstoffen (dit is het omzetten van een klein deel van het materiaal uit de gebruikte brandstofstaven tot nieuwe, bruikbare brandstofstaven).
In België is door de regering in 2006 beslist dat categorie A-afval zal opgeslagen worden als oppervlakteberging gedurende lange termijn.
Voor categorie B- en C-afval is er in België nog geen definitieve beslissing genomen maar is onderzoek bezig om:
– Te bepalen welke opslagmethode het best geschikt is,
– Te onderzoeken welke technieken het best gebruikt worden om het afval op te slaan,
– De verschillende fasen van de afvalverwerking beter te bepalen en beschrijven.
Zoals eerder vermeld zendt radioactief materiaal ioniserende straling uit. Contact met ioniserende straling is zeer schadelijk voor de mens.
De gevolgen van de straling zijn sterk afhankelijk van het soort straling en de stralingsdosis:
– Bij alfastralen kan er roodheid en irritatie ontstaan vergelijkbaar met brandwonden, deze straling kan niet door de huid.
– Bètastraling beschadigt de huid zwaar en deze straling heeft ook nog ioniserend vermogen waardoor het schadelijk is voor elk soort cel waar het binnendringt.
– Gammastralen kunnen zowel door de huid als door de celwand.
Als deze straling in de cellen terecht komt, kan deze het DNA van de cel beschadigen en zo ontstaan er mutaties in het DNA die ook worden doorgegeven aan het nageslacht. Deze mutaties kunnen leiden tot het ontstaan van kankers en kunnen de dood tot gevolg hebben.
Dit alles proberen we te voorkomen door het afval op te bergen zodat het noch het milieu, noch de gezondheid van levende organismen kan beïnvloeden.
Als een mens te veel radioactieve straling ontvangt zal die stralingsziekte krijgen. De acute symptomen van stralingsziekte zijn: misselijkheid, braken, diarree en een dalend aantal bloedcellen. Deze symptomen verdwijnen vaak spontaan na enkele minuten tot dagen.
Na 2 tot 3 weken komen er nieuwe symptomen. Dit zijn: moeheid, verdere daling van het aantal witte bloedcellen, infecties, bloedingen en haaruitval. Personen die in contact komen met een grote hoeveelheid straling sterven meestal binnen de twee maanden.
Het is dus uiterst belangrijk om het afval weg te houden van levende organismen. Hiervoor hebben we hulpmiddelen nodig om de straling tegen te houden. Onderzoek naar de mogelijkheden om levende organismen af te schermen van radioactief materiaal valt onder het wetenschappelijk aspect van de berging van het radioactief afval.
Maar de berging van radioactief afval draait niet enkel om het wetenschappelijk aspect. De berging hangt af van 4 belangrijke voorwaarden: – duurzaamheid,
– veiligheid,
– of het technisch haalbaar is of niet,

– is het ook sociaal aanvaard.
Voor er een berging kan plaatsvinden moet de bergingsmethode voldoen aan deze vier voorwaarden. Vooral het sociale aspect is belangrijk aangezien er altijd gekeken moet worden of het ethisch verantwoord is, welke impact het heeft op de samenleving, etc. Het betekent dus niet dat als een bergingsmethode wetenschappelijk mogelijk is, dat deze meteen geschikt is. Aangezien je de bevolking ook moet overtuigen en gerust moet stellen.
Vooral het maatschappelijk luik vormt vaak het grootste probleem. Veel milieuorganisaties zijn tegen alles wat met radioactiviteit te maken heeft. Zij verzetten zich bij elk voorstel dat er gedaan wordt, en benadrukken de negatieve kanten om zo alle voorstellen tegen te houden. Het zijn deze organisaties die in het nieuws komen wanneer ze actievoeren tegen kernenergie en transport of opslag van radioactieve materialen. Je krijgt als leek een eenzijdig en vooral negatief beeld.
Veel mensen voelen zich onveilig bij het idee dat radioactief afval in hun buurt opgeslagen zou kunnen worden. Ze zien het afval als een serieus risico, en een stijging van het aantal mensen met kanker. Het radioactief afval moet dus zo ver mogelijk van de maatschappij weghouden worden.
Maar hoe men het ook bekijkt, er is één ding heel zeker. Het afval is er en moet op een zo veilige manier opgeborgen worden zodat de mens veilig blijft.